Met het risico om te worden versleten voor een belegen versie van de overleden Johan Cruyff wil ik toch een wijsheid debiteren die uit zijn mond had kunnen komen: als je geen doel hebt, kun je ook niet scoren. Logisch toch, zou de oude meester hebben gezegd. Die regel geldt voor het voetballen (en bijna elke andere teamsport) maar zeer zeker ook voor het beleggen.


Heb je geen doel gesteld kun je eveneens dat doel niet bereiken en belangrijker: je kunt het risico dat je wenst te lopen of vermijden niet bepalen. Van voetballen heb ik geen kaas gegeten, van beleggen en risicoperceptie van particuliere beleggers wel. De regel dat je zonder doel je risico niet kun bepalen klopt in beide gevallen voor zowel voetballen als beleggen. Als je een voetbalteam het veld instuurt kun je ze drie opdrachten meegeven: winnen (het meest wenselijke), het verlies beperken of gelijkspelen. Bij beleggers geldt hetzelfde. Wil je gelijkspelen dan ga je sparen waarbij je tegenwoordig dan nog wel rekening dient te houden met de vermogens rendementsheffing die er voor zorgt dat je bij een lage rentestand weliswaar geen verlies op het bronvermogen leidt maar wel erbij inlevert vanwege de fiscale heffing. Wil je winnen zul je meer risico moeten nemen en afhankelijk van met hoeveel je wilt winnen bepaalt dat ook je risicostrategie.


Uit divers onderzoek blijkt dat beleggers moeite hebben met het bepalen van de wenselijke risicograad. Ze worden daarbij weliswaar geholpen door de verplichte vragenlijsten die hen worden voorgelegd maar die - zo blijkt eveneens uit onderzoek - aan alle kanten rammelen.


De wetgever schrijft voor (WFT artikel 4.23) dat wanneer men een klant adviseert of een individueel vermogen beheert, de bank in het belang van de klant informatie inwint over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor haar advies of het beheren van het individuele vermogen. Uit onderzoek blijkt dat de keuze voor deze categorieën niet gemaakt is op grond van wetenschappelijk onderbouwd onderzoek. Met andere woorden, men had net zo goed kunnen vragen naar de schoenmaat of haarkleur teneinde te kunnen bepalen of op grond van deze variabelen een risicoprofiel zou kunnen worden vastgesteld. Ik chargeer vanzelfsprekend want de financiële positie en doelstellingen zijn zeer zeker van belang. Kennis en ervaring zegt over de risico-aversie niets blijkt uit onderzoek. Toch vragen banken veelvuldig naar deze parameters en indien men kijkt naar hoe de banken vragen over deze en andere onderwerpen stellen lijkt het erop dat zij zich met een “Jantje van Leiden” van hun wettelijke zorgplicht kwijten. De inhoud van deze zorgplicht behelst de belangen van de klant zorgvuldig in acht te nemen, te handelen in het belang van de klant en onthouding van kennelijk nadelig handelen. In aanmerking genomen dat klant zich als particuliere belegger tot de adviseur heeft gewend, rust op deze de plicht de belegger te beschermen tegen de gevaren van de eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht en bestaat al in de precontractuele fase een op de adviseur rustende, uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeiende privaatrechtelijke zorgplicht. Hier gebeurt iets merkwaardigs. De wetgever gaat ervan uit dat u als belegger lichtvaardig te werk zult gaan en dat u dus tegen u zelf en tegen de financiële sector in bescherming moet worden genomen iets wat in andere sectoren van de economie nooit gebeurt. Stelt u zich eens voor dat u een auto gaat kopen en dat de verkoper tegen u zegt:”Zou u dat nu wel doen? Die auto gaat veel te hard voor u”.


Banken zijn tevens vrij in de manier waarop zij u ondervragen en mogen de uitkomst vervolgens eveneens zelf classificeren. Zo komt u als belegger bij de ene bank op grond van de gestelde vragen als offensief uit de bus, bij een andere bank als defensief. De behaalde resultaten van gelijknamige profieluitkomsten verschillen eveneens per bank. Kortom het is een rommeltje en dus voor u als belegger uitermate belangrijk om zelf, zodra u het speelveld betreedt, uw doelstelling gereed te hebben en uw risico-aversie ter bepalen.



Willem Landman

Willem Landman

Willem Landman is docent Beleggingsadvies en beheer/Behavioral Finance aan de Hogeschool van Amsterdam, promovendus aan Nijenrode Business Universiteit en senior onderzoeker bij CAREM (Center for Applied Research on Economy and Management) .j.w.landman@hva.nl

Alle blogs van Willem Landman
semmie-tower

#thinkbigstartsmall

Nu starten