Een oud regime lijfrente is een term die de Belastingdienst gebruikt voor specifieke lijfrentes die vroeger zijn afgesloten met andere fiscale regels. Het gaat hierbij om:

  • Koopsompolissen (éénmalige stortingen) die zijn afgesloten vóór 1 januari 1992.
  • Lijfrenteverzekeringen die zijn afgesloten vóór 16 oktober 1990 en waarvan periodiek premies zijn betaald vóór 1 januari 2001. Een bijkomende voorwaarde is dat de premies niet meer verhoogd mogen zijn na 16 oktober 1990.


Of je een oud regime lijfrente of nieuw regime lijfrente hebt, is dus afhankelijk wanneer je de lijfrente hebt afgesloten.


Nieuw regime lijfrente

Heb je een lijfrenteverzekering die niet aan bovenstaande kenmerken voldoet, bijvoorbeeld omdat je een lijfrenteverzekering hebt afgesloten na 17 oktober 1990, dan heb je een nieuw regime lijfrente. Dit is ook het geval wanneer je een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening (bijvoorbeeld bij Semmie) hebt geopend. Dan val je altijd onder het nieuwe regime. Er gelden dan andere fiscale regels.


Belangrijkste verschillen oud en nieuw regime lijfrente

Het oude regime biedt meer flexibiliteit en keuzevrijheid. We zetten de belangrijkste verschillen op een rij.

Ingangsdatum uitkering

  • Oud regime: Je kiest zelf wanneer de uitkeringen starten.
  • Nieuw regime: Je mag met de uitkeringen starten vóór je de AOW-leeftijd hebt bereikt, maar de ingangsdatum mag niet later dan vijf jaar na jouw AOW-leeftijd zijn. Daarnaast mag de einddatum uiterlijk 31 december zijn. Ter illustratie: als je in 2024 de AOW-leeftijd bereikt, mag de einddatum uiterlijk 31 december 2029 zijn. Gaat de uitkering in voordat je de AOW-leeftijd hebt bereikt, dan ben je verplicht een uitkering aan te kopen met een minimale looptijd van 20 jaar, plus het aantal jaren dat je voor de AOW-leeftijd bent gestart. Voorbeeld: wanneer je drie jaar voor de AOW-leeftijd start met uitkeren, is de minimale looptijd 23 jaar.


Tijdelijke uitkering

  • Oud regime: Je hebt volledige keuzevrijheid over de looptijd en hoogte uitkering.
  • Nieuw regime: Bij een tijdelijke oudedagslijfrente (korter dan 20 jaar) moeten de uitkeringen starten vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd of uiterlijk vijf jaar daarna. De minimale looptijd bedraagt vijf jaar en de jaarlijkse uitkering is gebonden aan een maximum (in 2024 is dat €26.463).


Volledige lijfrente uitkeren

  • Oud regime: Het is mogelijk de volledige lijfrente in één keer uit te keren. Houd er wel rekening mee, dat dit fiscaal gezien meestal niet aantrekkelijk is. Op het moment van uitkeren ga je namelijk inkomstenbelasting betalen, bij het uitkeren van de volledige lijfrente wordt de inkomstenbelasting progressief over het gehele bedrag geheven.
  • Nieuw regime: Bij een lijfrente hoger dan €5.364 (2024) wordt er naast de inkomstenbelasting zul je ook een boete van 20% (de zogenaamde revisierente) over de volledige uitkering moeten afrekenent.


Schenken

  • Oud regime: Je bepaalt zelf wie de lijfrente uitgekeerd krijgt. Dan kan je zelf zijn, maar je kunt de lijfrente ook schenken aan (klein)kinderen of aan andere begunstigden. Zij betalen hierover wel inkomstenbelasting. Een (klein)kind betaalt geen schenkbelasting.
  • Nieuw regime: Bij een nieuw regime kun je de lijfrente niet schenken.


Van oud regime naar nieuw regime oversluiten?

Het is mogelijk om de waarde over te dragen van een oud regime lijfrente naar een nieuw regime lijfrente, of om verschillende regimes samen te voegen. Dan gelden de fiscale regels van het oude regime echter niet meer; automatisch gelden de regels van het nieuwe regime. Een financieel adviseur kan adviseren of het aantrekkelijk is om je lijfrente over te sluiten.